Organiseren van krachtig bewegingsonderwijs

Onze visie start met een inleiding

Onder het motto ‘jong geleerd is oud gedaan’, besteden we als beweegteam Heerenveen (buurtsportcoaches) in de rol van vakleerkracht veel tijd aan het geven en/of organiseren van lessen bewegingsonderwijs. Samen met onze studenten brengen we daarbij wekelijks +/- 3000 kinderen in beweging. Als vakleerkracht bewegingsonderwijs hebben we dan ook een belangrijke rol in het beweeg- en sportgedrag van kinderen. Waarom staan we al die uren in de gymzaal of buiten op het grasveld? Dat lees je hieronder in onze bouwstenen van het bewegingsonderwijs op de basisschool

Het bewegingsonderwijs

Kinderen bewegen van nature veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op het schoolplein tijdens het buitenspelen van de kleuters. Dit natuurlijke gedrag is echter met alle digitale afleidingen van tegenwoordig, niet altijd meer vanzelfsprekend. Het behouden van een actieve leefstijl is dan ook een belangrijk doel binnen het vak bewegingsonderwijs.

Om dat doel te bereiken leren kinderen in het bewegingsonderwijs deelnemen aan een breed scala van bewegingsactiviteiten, zodat ze een ruim ‘bewegingsrepertoire’ opbouwen. Dat repertoire bevat motorische aspecten, maar ook sociale vaardigheden. Leerlingen ervaren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen in aansprekende bewegingssituaties. Het gaat daarbij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, hardlopen en bewegen op muziek. En om spelvormen als tikspelen, doelspelen, stoeispelen en andere spelactiviteiten. Vanuit dit aanbod zullen kinderen zich ook kunnen oriënteren op de buitenschoolse bewegings- en sportcultuur en de meer seizoensgebonden bewegingsactiviteiten. 

De meeste bewegings- en sportactiviteiten worden gezamenlijk ondernomen en dus is het nodig om te leren afspreken wat de regels zijn, hoe die na te leven en wie welke rol speelt. Verder hoort daarbij elkaar helpen, op veiligheid letten, elkaars mogelijkheden respecteren en eigen mogelijkheden verkennen. Hierbij ontwikkelt het kind dan ook zijn of haar sociale vaardigheden.

De bovenstaande beschrijving van het vak bewegingsonderwijs, sluit nauw aan op de wettelijke kerndoelen 57 en 58 van Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO).

Plezier en een positieve ervaring met sport en bewegen                                

Als we willen dat kinderen een leven lang bewegen, dan is plezier van groot belang voor een blijvende deelname aan bewegingsactiviteiten.

Uit een onderzoeksrapport van het Mulier Instituut (2017) blijkt namelijk ook dat plezier in het bewegingsonderwijs, kinderen stimuleert om ook op latere leeftijd meer te bewegen en te sporten. Daarnaast blijken ook de positieve of negatieve ervaringen en waargenomen competentie tijdens het vak bewegingsonderwijs in de jeugd, blijvende invloed te kunnen hebben op het sport- en beweeggedrag van kinderen op latere leeftijd.

Om deze reden is onze visie dan ook niet gericht op het behalen van zo hoog mogelijke beweegdoelen, maar juist op plezier en een positieve ervaring met sport en bewegen. Daarbij is de aansluiting op de belevingswereld van het kind en de creativiteit van de lesgever leidend en iets waar we als geschoolde sportprofessionals erg goed in zijn!

Het aanleren en screenen van grondmotorische vaardigheden

Als vakleerkracht bewegingsonderwijs zien we kinderen gedurende hun gehele basisschooltijd, letterlijk en figuurlijk groeien. Als vakspecialist in bewegen volgen we daarbij van schooljaar tot schooljaar, kinderen hun motorische vaardigheden. Het vak bewegingsonderwijs heeft een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Met name in de gymlessen leren kinderen de basisvaardigheden van het bewegen, oftewel de grondmotorische vaardigheden die een kind nodig heeft om op zijn of haar eigen niveau deel te kunnen nemen aan sport en beweegactiviteiten. Denk daarbij aan verplaatsing vaardigheden zoals rennen en springen, balans vaardigheden zoals hinkelen en stoeien, en bal- en object vaardigheden zoals gooien en vangen.

Door tijdens de gymlessen in verschillende beweegsituaties samen met de groepsleerkrachten, het beweeggedrag van kinderen te observeren, zien we in hoeverre al die grondmotorische vaardigheden ontwikkeld zijn. Kinderen die daarbij in het bijzonder opvallen, bieden we waar nodig extra hulp aan, zoals het doorverwijzen naar een kinderfysiotherapeut.

De centrale vraag daarbij is, hoe weet je of een kind vaardig genoeg is om goed te kunnen bewegen? Deze vraag proberen we te beantwoorden, door kinderen op jonge leeftijd te screenen op de grondmotorische vaardigheden, die wetenschappelijk gezien passen bij de leeftijd en dat van hun leeftijdsgenoten. Dit willen we in de toekomst op een speelse manier in beeld kunnen brengen d.m.v een digitale  ‘motoriek game’ voor kinderen uit groep 3. Een game die niet aanvoelt als een test en die zowel op school als thuis met ouders kan worden gespeeld. 

Inhoud van de lessen bewegingsonderwijs

Uitgaande van het huidige onderwijsbeleid zouden kinderen uit groep 3 t/m 8 van de basisschool, minstens 2 x 45 minuten per week bewegingsonderwijs moeten krijgen. Binnen onze gemeente voldoen (gelukkig) bijna alle basisscholen aan deze norm. Waarbij kinderen in de praktijk twee keer of een keer (een blokuur) in de week gym hebben. Aan ons als vakleerkracht de taak om hier een passende jaarplanning met een gevarieerd beweeg en sportaanbod bij te maken. 

De inhoud van deze jaarplanning bewegingsonderwijs is onder andere gedurende het schooljaar deels gevuld met verschillende sporten, denk bijvoorbeeld aan: voetbal, korfbal, basketbal, judo en survival. In de jaarplanning komen deze sporten overeen met de geplande sportevenementen van lokale sportaanbieders zoals het schoolvoetbaltoernooi en schoolkorfbaltoernooi of  survivalrun de Knipe.

Naast al die verschillende sporten, bestaat de inhoud van de gymlessen ook deels uit een afwisseling van de verschillende leerlijnen van bewegen. Hiervoor maken we op alle basisscholen gebruik van de lesmethode: ‘Basislessen bewegingsonderwijs, van Stroes & van Gelder’. Een lesmethode die zorgt voor een structureel aanbod van alle verschillende leerlijnen van bewegen zoals: zwaaien, balanceren, rollen, springen, tikspelen, doelspelen etc. De bewegingssituaties uit deze methode hebben een zodanige differentiatiegraad per leerjaar, dat de lessen geschikt zijn voor kinderen uit groep drie tot en met acht. Op deze manier zorgen we ervoor dat alle eerder beschreven grondmotorische vaardigheden in de gymlessen voor komen. 

Daarnaast zijn er ook nog gymlessen, waarbij de kinderen als afsluiter voor een schoolvakantie nog spellen als apenkooi,james bond spel of 10 tellen in de rimboe krijgen aangeboden. Dit met als belangrijkste doel: plezier in bewegen. 

Desondanks we de sportevenementen en lesmethode van Stroes & van Gelder als leidraad gebruiken voor de invulling van onze lessen, is het de creativiteit en inventiviteit van ons als vakleerkracht en dat van de leerkrachten, dat zorgt voor een lesaanbod met uitdaging en plezier. 

Sport en onderwijs in verbinding                             

Een belangrijk onderdeel van ons werk als buurtsportcoach is het verbinden van buurt, onderwijs en sport. Binnen onze werkzaamheden in het bewegingsonderwijs vertaalt dit zich in de praktijk in veel waardevolle samenwerkingen met verschillende lokale sportaanbieders. Denk daarbij aan samenwerkingen d.m.v gastlessen/workshops tijdens of naast de gymlessen en deelname aan sportevenementen.

Kinderen krijgen op deze manier gedurende het gehele schooljaar, een ‘sportecht’ lesaanbod. Praktisch gezien betekent dit bijvoorbeeld, dat kinderen een lessenreeks basketbal krijgen aangeboden in de gymlessen door de vakleerkracht en/of i.s.m de lokale basketbalvereniging en daarna kunnen deelnemen het scholenbasketbaltoernooi. Nog een praktijkvoorbeeld is dat we als gymles met leerlingen leren tennissen op de accommodatie van de lokale tennisvereniging, want waar leer je nou beter tennissen dan op de tennisbaan zelf?!

Op deze manier laten we kinderen tijdens de gymlessen en na schooltijd oriënteren in verschillende sporten. We verlagen daarmee ook de drempel, om lid te worden van een sportaanbieder. Kinderen ontdekken de Heerenveense sportwereld en leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur.

Het proces in plaats van het kunstje  

Ieder kind wil van nature leren en nieuwe dingen ontdekken. In het bewegingsonderwijs willen we kinderen dan ook helpen om hun eigen sportieve talenten te ontwikkelen.

Leerlingen beoordelen op het bereiken van een bepaald eindniveau of kunstje? Nee, dat past niet binnen onze visie. We focussen ons liever op de ontwikkeling binnen de eigen mogelijkheden van de leerling, oftewel het proces in plaats van het kunstje.

Het is daarbij onze taak als leerkracht om hiervoor een veilig en positief sociaal-pedagogisch sportklimaat te organiseren en het kind zo goed mogelijk te begeleiden in dit leerproces. Dit met uiteindelijk als doel om een leerling zelf de regie te laten nemen over zijn eigen (sportieve) ontwikkeling.

Eigen successen in beeld

Tijdens de gymlessen proberen we het leren inzichtelijk te maken en leerlingen zelf eigenaar te maken van hun eigen sportieve ontwikkeling. 

Met deze gedachte willen we dan ook leerlingen uitdagen om eigenaar te worden van hun eigen leerproces. Dit door leerlingen zelf leer uitdagingen (leerdoelen) te laten stellen en behaalde leerdoelen waar mogelijk ook te laten filmen en te verzamelen in een persoonlijke sportfolio. Een persoonlijke prijzenkast met ieders eigen successen, oftewel positieve ervaringen met bewegen.

Focus op het kennen van onze doelgroep              

Nog een onderdeel van ons werk binnen het basisonderwijs is onze focus op de doelgroep. Hierbij doen we onderzoek naar onze doelgroep, door data te verzamelen. Zo verzamelen we aan het begin en eind van elk schooljaar, de sportgegevens van alle kinderen uit groep 3 t/m 8. Hierbij verzamelen we data over de sportparticipatie van kinderen en het wel of niet hebben van een zwemdiploma. Door leerlingen zelf deze data in te laten vullen, kost dit ons zelf geen lestijd en verliezen andere kinderen geen aandacht van de vakleerkracht. 

Deze data is niet alleen waardevolle informatie voor ons als buurtsportcoach (gemeente), maar ook voor de basisscholen zelf. Door per klas inzichtelijk te maken, wie wel of niet sport en/of nog geen zwemdiploma heeft. Kan een school samen met de betrokken buurtsportcoach precies zien waar eventueel hulp nodig is, denk bijvoorbeeld aan kinderen die vanwege hun financiële thuissituatie niet kunnen sporten. Door deze kinderen in beeld te krijgen, kunnen we in dit geval helpen met de inzet van het jeugdsportfonds.  

In de toekomst willen we deze data, middels een ‘sportfolio’, een aanvulling op het reguliere schoolrapport, ook inzichtelijk maken voor ouders. Dit willen we uitbreiden met andere interessante gegevens voor ouders op het gebied van sport en bewegen. Zoals hier eerder benoemd bijvoorbeeld filmpjes van kinderen hun successen tijdens de gymlessen. Maar denk bijvoorbeeld ook aan het in beeld brengen van de intrinsieke motivatie van leerlingen tijdens de gymles, de beweegmotieven van leerlingen om te sporten/bewegen en sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen.

Tot slot                                                                                 

Het eerder genoemde motto: ‘jong geleerd is oud gedaan’, is iets waar we als vakleerkrachten bewegingsonderwijs sterk in geloven. We streven er dan ook naar om ieder kind op jonge leeftijd met plezier te kunnen laten bewegen en daarbij de vaardigheden aan te leren, die nodig zijn voor een positieve ervaring. Dit doen we samen met alle sportaanbieders, onderwijsinstellingen en andere betrokken partijen.